Bestuurdersaansprakelijkheid

>Bestuurdersaansprakelijkheid
Bestuurdersaansprakelijkheid 2018-01-08T16:41:15+00:00

Bestuurdersaansprakelijkheid

In beginsel is een bestuurder niet aansprakelijk voor de schulden van een vennootschap, zoals een BV.

Bestuurdersaansprakelijkheid is de aansprakelijkheid van een bestuurder voor zijn handelen als bestuurder. Deze aansprakelijkheid kan zien op schade die de BV lijdt (interne bestuurdersaansprakelijkheid) of schade die een derde lijdt (externe bestuurdersaansprakelijkheid).

De hoofdregel is dat de BV zelf aansprakelijk is als rechtspersoon. In uitzonderlijke gevallen, indien de bestuurder zijn taken niet op zorgvuldige wijze heeft vervuld, kan de bestuurder ook aansprakelijk worden gesteld. In dat geval spreekt men van bestuurdersaansprakelijkheid. Deze maatregelen zijn bedoeld om misbruik tegen te gaan, terwijl de bestuurder zich achter de BV verschuild.

De bestuurdersaansprakelijkheid spreekt een bestuurder aan in zijn privévermogen. Ook als de bestuurder van een BV ook een BV is, dan wordt de achterliggende natuurlijke persoon aangesproken.

Bestuurdersaansprakelijkheid

Indien een BV failliet gaat, kijkt de curator kritisch naar het handelen van de bestuurder, om misbruik te voorkomen.

De curator wordt geholpen door de wet, als het bestuur niet aan zijn boekhoudverplichting heeft voldaan, of als het bestuur de jaarstukken van de BV niet tijdig bij de kamer van koophandel heeft gedeponeerd.

Indien de BV niet voldoet aan haar boekhoudverplichting of haar deponeringsplicht, heeft dat de volgende consequenties:

  1. het bestuur heeft zijn taak onbehoorlijk  vervuld; en
  2. er wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Tegen de aanname dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld is geen tegenbewijs mogelijk. Het bestuur kan echter wel aantonen dat deze onbehoorlijke taakvervulling geen belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Indien het bestuur niet slaagt in het weerleggen van het bewijsvermoeden, dan is het bestuur aansprakelijk jegens de failliete boedel voor zover de schulden van de BV niet uit de boedel kunnen worden betaald.

In beginsel is in dit geval iedere bestuurder aansprakelijk. Niet aansprakelijk is de bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan hem te wijten is én niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen te voorkomen. Dit is echter moeilijk te bewijzen.

De interne bestuurdersaansprakelijkheid is de aansprakelijkheid van de bestuurder jegens de BV zelf om de schade die de BV lijdt te vergoeden. De bestuurder is gehouden tot een behoorlijke taakvervulling. Als de bestuurder dit niet doet en de BV lijdt schade, kan die schade mogelijk worden verhaald op de bestuurder.

Slechts de BV zelf, of de curator in geval van faillissement, kan deze vordering instellen. Voor een derde, bijvoorbeeld een crediteur, is dit niet mogelijk.

Voorbeelden zijn een bestuurder die commerciële kansen aan de BV onttrekt om zichzelf te bevoordelen, of geld lenen aan een derde die het niet kan terugbetalen, zonder daarvoor zekerheid te verlangen.

Externe bestuurdersaansprakelijkheid is de aansprakelijkheid van een bestuurder voor de schade die derden lijden en die niet de BV zelf aansprakelijk kunnen stellen.

Deze vorm van bestuurdersaansprakelijkheid wordt pas toegewezen, in vergaande gevallen, waarbij sprake is van een onrechtmatige daad van de bestuurder tegenover een derde. Hierbij kunt u denken aan bestuurders die namens de BV overeenkomsten aangingen, waarvan zij van tevoren wisten dat zij deze niet konden nakomen. Dit ziet dus op onrechtmatig handelen van de bestuurder, jegens een derde.

Schulden aan de belastingdienst in geval van een faillissement behoeven specifieke aandacht.

Indien de bestuurder van een BV weet dat hij de aanslagen van de belastingdienst niet kan betalen, dient hij dit te melden. Indien de bestuurder te laat een melding betalingsonmacht doet bij de belastingdienst, kan de bestuurder aansprakelijke worden gesteld om de belastingschulden te betalen. Dit geldt niet voor alle belastingen, maar wel voor loonbelasting, omzetbelasting (btw), accijnzen, verbruiksbelastingen van alcoholische dranken en van pruim- en snuiftabak, kansspelbelasting en milieubelasting.

Een melding dient ‘onverwijld’ te worden gedaan. In de praktijk betekent dit dat de betalingsonmacht moet worden gemeld binnen twee weken nadat de betaling had moeten worden voldaan.

Met hetzelfde formulier kan tevens melding worden gemaakt indien de BV de bijdragen voor het bedrijfspensioenfonds niet kan betalen. Ook dit kan namelijk tot aansprakelijkheid van de bestuurder leiden.

Neem contact met mij op

mr. S.R. VoorhorstAdvocaat
mr. S.R. Voorhorst richt zich op die rechtsgebieden waar ondernemers mee te maken krijgen. Dit kan puur ondernemingsrecht zijn, maar ook contractenrecht, insolventierecht, of andere rechtsgebieden.

Bestuurdersaansprakelijkheid is een mes dat snijdt aan twee kanten: enerzijds kan het de mogelijkheid bieden om een vordering toch betaald te krijgen; anderzijds kan het een bestuurder raken die de BV failliet zag gaan.